Boek over Narcisme

De term narcisme werd voor het eerst gebruikt door Sigmund Freud. Hij noemde het verschijnsel naar de figuur Narcissus uit de Griekse mythologie. Narcissus wees volgens het verhaal alle romantische avances af en werd als straf verliefd op zijn eigen spiegelbeeld. Freud doelde met narcisme vooral op mensen die hun energie te veel aan zichzelf en te weinig aan anderen besteden. Verliefd zijn op jezelf, te veel eigenliefde, anderen gebruiken om jou aan je trekken te laten komen, niet een ander beminnen maar vooral zelf bemind willen worden, daar ging het volgens Freud over. Deze nadruk op eigenliefde is altijd blijven bestaan maar in de loop der jaren zijn er heel veel kenmerken bij gekomen. In de psychoanalyse wordt narcisme beschouwd als een normale fase in de ontwikkeling van kinderen. Het wordt secundair narcisme genoemd wanneer het optreedt na de puberteit.[1] Op het eerste gezicht heeft een narcist een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en straalt zelfvertrouwen uit. Vreemd genoeg is echter het tegendeel het geval. Narcisten hebben, meestal onderbewust, juist weinig gevoel van zelfwaarde en compenseren dit door zich als beter of belangrijker dan anderen te beschouwen. Dit wordt wel de narcistische paradox genoemd. Om zich te beschermen tegen kritiek heeft een narcist niet veel aandacht voor de mening of de gevoelens van anderen en zo vaak een onderontwikkeld inlevingsvermogen. Het hebben van een narcistische persoonlijkheid kan daardoor een bezwaar vormen bij de uitoefening van bepaalde functies waarbij anderen dienen te worden beoordeeld. De kernsymptomen van narcisme zijn; ‘een instabiele basis’, ‘jezelf opblazen’, ‘gebrek aan wederkerigheid’ en ‘afstoten’. Deze vier symptomen vormen een vicieuze cirkel (de narcistische cirkel). Een instabiele basis wordt gekenmerkt door wantrouwen en het niet kunnen aangaan van duurzame intieme relaties. Dit wordt veroorzaakt door een biologische kwetsbaarheid (waarbij een gebrek aan serotonine en/of te veel cortisol een rol spelen) en een jeugd waarin ouders of verzorgers zich niet goed afstemmen op de emotionele behoefte van hun kind. Het opblazen is een zelfbeschermende poging om het basale wantrouwen niet te voelen. Het bevat kenmerken als dominantie, eigenliefde en gevoelloosheid. Gebrek aan wederkerigheid is het gevolg van een opgeblazen houding. Daarbij passen symptomen zoals grenzen overschrijden, geen rekening met anderen houden en arrogantie. Bij afstoten passen symptomen zoals een lage frustratietolerantie, de fout bij de ander leggen, minachting en woede. Een narcist probeert zijn instabiele psychische basis niet te voelen door zich op te blazen. Hierdoor neemt hij veel meer ruimte in dan mensen normaal gesproken nodig hebben. Een narcist heeft hier echter geen last van, omdat hij op een eenrichtingsweg leeft. Andere mensen moeten hem dienen of voor hem applaudisseren. Zo niet, dan verstoot hij ze. lees hier verder…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *